Back to homepage

Rustpensioenen

Financiering
Algemene regel: Eri s geen specifieke financiering. De financiering van de afzonderlijke onderdelen in de sociale zekerheid behoort tot het totale beheer van het systeem (sociale bijdragen, overheidssubsidies, belasting toegevoegde waarde), welke –afhankelijk van de noodzaak – wordt verdeeld over de verschillende sectoren.

Sociale bijdragen:
• 37,84%, basispremie (waarvan 24,77% werkgeversdeel en 13,07% werknemersdeel)
• 7,48% werkgeversdeel (cotisation de modération salariale)
• 1,69% werkgeversdeel (voor ondernemingen met meer dan 10 werknemers)

Andere specifieke heffingen:
• Inhoudingen op de invaliditeitsuitkeringen en op de brugpensioenen, afhankelijk van de hoogte van het pensioenbedrag (van 0% tot 3,5%)
• Heffingen op de brugpensioenen ten laste van de werkgever (€ 25 per maand)
• Solidariteitsheffingen afhankelijk van de hoogte van het pensioenbedrag (van 0% tot 2%)

Overheidsbijdrage: Afhankelijk van de noodzaak.

Wetgeving
Werknemers in loondienst: Zakelijke verordening van 24 oktober 1967. Zakelijke verordening van 21 december 1967. Zakelijke verordening van 23 december 1996.

Zelfstandigen: Zakelijke verordening van 10 november 1967. Zakelijke verordening van 22 december 1967,

Grondslag
Systeem van verplichte sociale verzekering, hoofdzakelijk gefinancierd middels sociale bijdragen ten laste van de actieve bevolkingsgroep (werknemers en zelfstandigen), met pensioenen gekoppeld aan inkomen, aan de gestorte pensioenbijdragen en aan bijdrageperiode en waarbij de gezinssituatie bepalend is voor het percentage.

Toepassingsgebied
Alle werknemers, werknemers in loondienst en zelfstandigen. Aparte voorwaarden voor zelfstandigen.

Voorwaarden
Minimumduur van de pensioenbijdragen: Niet voorzien.

Voorwaarden voor een volledig pensioen: 45 jaar beroepsloopbaan voor mannen en 44 jaar voor vrouwen (vanaf 2009 wordt dit geleidelijk verhoogd naar 45).

Wettelijke pensioenleeftijd: 65 jaar voor mannen, 64 jaar voor vrouwen (vanaf 2009 geldt ook voor vrouwen de leeftijd van 65 jaar).

Vervroegd pensioen:60 jaar voor mannen en vrouwen, die ten minste 35 jaar gewerkt hebben.

Uitgesteld pensioen: Niet voorzien.

Uitkeringen
Bepalende factoren voor het pensioenbedrag: Totaal inkomensbedrag, duur van de bijdrageperiode, gezinssituatie, geslacht (tot 2009).

Berekeningscriteria: Per arbeidsjaar wordt het pensioen berekend volgens de volgende formule (R = referentieloon)
Mannen zonder echtgenote ten laste: R x 60% x 1/45
Vrouwen zonder echtgenoot ten laste: R x 60% x 1/44 (als de mannen vanaf 2009)
Mannen met echtgenote ten laste (kostwinner): R x 75% x 1/45
Vrouwen met echtgenoot ten laste (kostwinner): R x 75% x 1/44 (als de mannen vanaf 2009)

Berekeningsgrondslag: Tot 31 december 1955 Referentieloon R = € 11.910,95 voor alle categorieën.
Van 1956 tot 1957, voor werknemers R = Brutoloon zonder maximum plafond, voor bediende R = forfait per werkdag van ten minste 4 uur.
Van 1958 tot 1980, R = Brutoloon zonder maximum plafond, voor alle categorieën werknemers.
Na 1980, R = Brutoloon met maximum plafond van € 41.564,11.

Aanvullende perioden: De perioden van onvrijwillige werkloosheid kunnen worden meegerekend, evenals “prépension conventionnelle” (conventioneel brugpensioen), een aantal perioden van loopbaanonderbreking, arbeidsongeschiktheid, moederschapsverlof, jaarlijkse vakanties, militaire dienst, erkende staking, preventieve detentie, studie, etc.

Opslagen: Een berekeningspercentage van 75% wordt toegepast ingeval van een echtgeno(o)t(e) ten laste. Er zijn geen opslagen ingeval van kinderen ten laste , echter indien het pensioen het gezinsinkomen vormt, bestaat recht op de normale kinderbijslag, en een aantal aanvullingen (€ 39,23 voor het 1ste kind, € 24,31 voor het 2de kind, € 4,27 voor het 3 de kind).

Minimum pensioen: gegarandeerd bij een volledige beroepsloopbaan.
Eén persoon € 10.395,95
Persoon met echtgeno(o)t(e) ten laste € 12.990,85
Bij een beroepsloopbaan van ten minste 15 jaar en met een pensioen -indien berekend op basis van een volledige beroepsloopbaan- dat lager is dan € 12.199,05 voor een alleenstaande en dan € 15.248,83 voor een gehuwde kostwinner, mag het pensioen worden berekend op een vast gegarandeerd inkomen gelijk aan € 14.810,70.

Maximum pensioen: Het bedrag van het maximumloon dat wordt gebruikt als berekeningsbasis van het pensioen, is gelijk aan:
• € 18.211,61 per jaar voor mannen zonder echtgenote ten laste
• € 18.647,45 per jaar voor vrouwen zonder echtgenoot ten laste

Vervroeging: 60 jaar zowel voor mannen als vrouwen, die ten minste 35 jaar gewerkt hebben.

Uitstel: Niet voorzien.

Deeltijd-pensioen
De Wet van 26 juli 1996 vormt de wettelijke basis voor de invoering van een deeltijdpensioen (pension à mi-temps). De uitvoeringsbeschikkingen zijn nog niet uitgevaardigd.

Indexatie
Automatische indexatie van 2% als de gemiddelde consumentenprijsindex met 2% wijzigt ten opzichte van de voorgaande referentie-index. Indexatie tevens op basis van de ontwikkeling van de kosten voor levensonderhoud middels de jaarlijkse vaststelling van een forfaitaire co-efficiënt.

Toegelaten arbeid
Mogelijk in de volgende inkomenscategorieën:

Werknemers in loondienst: € 7.421,57 vòòr de wettelijke pensioenleeftijd, € 15.590,18 na de wettelijke pensioenleeftijd.

Werknemers in loondienst met kinderen ten laste: € 11.132,37 vòòr de wettelijke pensioenleeftijd, € 19.300,98 na de wettelijke pensioenleeftijd.

Aparte voorwaarden voor zelfstandigen.

Fiscale behandeling
Uitkering fiscaal belastbaar