Back to homepage

Invaliditeit

Financiering
Algemene regel: Systeem gefinancierd middels verzekeringsbijdragen (ten laste van de werkgever) met overheidssubsidie

Sociale bijdragen: inbegrepen in de percentages zoals aangegeven in het hoofdstuk Oudedag (zie daar)

Overheidsbijdrage: gedeeltelijk gefinancierd door de overheid

Wetgeving
Wet n. 222 van 12 juni 1984
Wet n. 335 van 8 augustus 1995

Grondslag
Systeem van verplichte sociale verzekering, gefinancierd door middel van bijdragen voor werknemers in loondienst, met pensioenen afhankelijk van inkomen, gestorte pensioenbijdragen en bijdrageperiode.
Aparte regelingen voor zelfstandigen

Toepassingsgebied
Alle werknemers in loondienst in de private sector.
Aparte regeling voor boeren, (deel-)pachters, ambachtslui en handelaars

Gedekt risico
De gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering:
De verzekerde wordt als arbeidsongeschikt aangemerkt, wanneer de arbeidsgeschiktheid (bij passend werk) voor ten minste 1/3 blijvend verminderd is als gevolg van een fysiek of geestelijk gebrek

Het gewone invaliditeitspensioen:
De verzekerde (of de rechthebbende op een gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering) heeft recht op een gewoon invaliditeitspensioen, wanneer hij als gevolg van een fysiek of geestelijk gebrek, volledig en blijvend arbeidsongeschikt is voor de uitvoering van elke willekeurige beroepsactiviteit.

Voorwaarden
Minimum percentage arbeidsongeschiktheid:
• gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering: 66%
• gewoon invaliditeitspensioen: 100%

Rekening houdende periode: vanaf de eerste dag van de maand volgend op de aanvraag van de belanghebbende (of het ontstaan van de invaliditeit of de arbeids-ongeschiktheid) tot aan de pensioenleeftijd.

Minimum verzekeringsduur: om aanspraak te kunnen maken op het pensioen is de minimum verzekeringsduur bij
• algemene arbeidsongeschiktheid: __ 5 jaar premiebijdrage, waarvan ten minste 3 jaar in de 5 jaar vòòr de aanvraag;
• beroepsinvaliditeit, als gevolg van dienstuitvoering of van een arbeidsongeval: geen minimum periode voorzien

Uitkeringen
Bepalende factoren voor de pensioenuitkering: referentieloon en aantal verzekeringsjaren

Berekeningscriteria
Gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering:
• Inkomsten uit arbeid tot € 39.297,00: 2% x a x R
• Inkomsten uit arbeid tot € 52.265,01: 1,6% x a x R
• Inkomsten uit arbeid tot € 65.233,02: 1,35% x a x R
• Inkomsten uit arbeid tot € 74.664,30: 1,1% x a x R
• Inkomsten uit arbeid meer dan € 74.664,30: 0,9% x a x R
a = aantal verzekeringsjaren (max 40)
R = referentieloon = voor degenen die in december 1992 ten minste 15 jaar bijdragen hebben gestort, wordt uitgegaan van het loongemiddelde over de laatste 5 jaar; voor degenen die minder dan 15 jaar bijdragen hebben gestort, wordt het loongemiddelde over een variabele periode van de laatste 5–10 jaar aangemerkt.

Vanaf 1996 wordt – voor de nieuwe gevallen – de berekening uitgevoerd over alle bijdragen van de totale periode.

Gewone invaliditeitspensioen: dezelfde berekening als voor de gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering

Aanvullende perioden: Naast de effectieve jaren worden ook de jaren tussen de datum waarop het invaliditeitspensioen ingaat en de ouderdoms-pensioenleeftijd, aangemerkt als verzekeringsjaren. Ofwel, voor de verzekerden diens pensioen wordt berekend volgens de methode van nà 1996, wordt een bijdragetoeslag opgelegd, door de co-effciënt voor de leeftijd van 57 jaar toe te passen (ook als die leeftijd niet wordt bereikt)

Minimum pensioen: de gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verhoogd tot aan het minimumpensioenbedrag van € 5.558,54, wanneer het belastbaar jaarinkomen van de belanghebbende lager is dan 2 maal de sociale toeslag (2006: € 11.117,08) indien alleenstaande, 3 maal indien gehuwd (2006: € 16.675,62).
Voor de verzekerden nà 1996 bestaat geen wettelijke minimum vergoeding

Maximum pensioen: er is geen wettelijke maximum vergoeding

Andere uitkeringen in geld: degenen die (permanente) zorg moeten hebben van een derde, hebben recht op een begeleidingstoeslag welke gelijk is aan de toeslag bij arbeidsongevallen.

Bijtelling
Bijtelling bij overige uitkeringen van het sociale zekerheidssysteem
Volgens de Wet 335/1995 (pensioenhervorming) is vanaf 1 september 1995 cumulatie van de gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering en een uitkering na bedrijfsongeval niet meer mogelijk, indien deze worden uitgekeerd voor dezelfde invaliditeit.
Bijtelling is toegestaan voor het overschrijdende deel, alleen wanneer de door het Nationale Sociale Zekerheidsorgaan INPS uitgekeerde arbeidsongeschiktheidsuitkering hoger is dan de lijfrente-inkomsten uit arbeidsongeval uitgekeerd door het Nationaal Instituut voor de Verzekering tegen Arbeidsongevallen INAIL.

Toegestane arbeid
• gewone arbeidsongeschiktheidsverzekering: gedeeltelijke cumulatie toegestaan
• invaliditeitspensioen: cumulatie niet mogelijk

Fiscale behandeling
Uitkeringen fiscaal belastbaar