Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Financiering
Algemene regel: Eri s geen specifieke financiering. De financiering van de afzonderlijke onderdelen in de sociale zekerheid behoort tot het totale beheer van het systeem (sociale bijdragen, overheidssubsidies, belasting toegevoegde waarde), welke –afhankelijk van de noodzaak – wordt verdeeld over de verschillende sectoren.

Sociale bijdragen:
• 37,84%, basispremie (waarvan 24,77% werkgeversdeel en 13,07% werknemersdeel)
• 7,48% werkgeversdeel (cotisation de modération salariale)
• 1,69% werkgeversdeel (voor ondernemingen met meer dan 10 werknemers)

Andere specifieke heffingen: Verzekeringspremies ten laste van de werkgever voor arbeidsongevallen.

Overheidsbijdrage: Afhankelijk van de noodzaak.

Wetgeving
Arbeidsongevallen: Wet van 10 april 1971.

Beroepsziekten: Zakelijke verordening van 3 juni 1970.

Grondslag
Systeem van verplichte sociale verzekering voor werknemers in loondienst met aan inkomsten uit arbeid gekoppelde uitkeringen in natura en in geld. De uitkeringen bij arbeidsongevallen worden hoofdzakelijk gefinancierd uit verzekeringspremies ten laste van de werkgever; de uitkeringen voor beroepsziekten worden hoofdzakelijk gefinancierd uit sociale bijdragen.

Toepassingsgebied
Arbeidsongevallen: Alle werknemers die vallen onder het systeem van sociale veiligheid en de leerlingen.

Beroepsziekten: Alle werknemers die vallen onder het systeem van sociale veiligheid, leerlingen, (onbetaalde) stagiaires, studenten die vanwege hun opleiding aan risico’s zijn blootgesteld.

Gedekt risico
Arbeidsongevallen: Ongelukken met letselschade, die zich voordoen tijdens de uitvoering en ter vervulling van het arbeidscontract. Tevens zijn gedekt de ongevallen woon-werkverkeer, ofwel ongevallen die zich voordoen op de weg naar en van het werk.

Beroepsziekten: erkend worden de ziekten die zijn opgenomen in een officiële lijst (Zakelijke verordening van 28 maart 1969 en volgende wijzigingen). Voor de niet op de lijst vermelde ziekten bestaat een “open systeem”, volgens welke de getroffene zowel de blootstelling aan het risicio als het oorzakelijk verband met de ziekte moet aantonen.

Voorwaarden
Arbeidsongevallen: Aangifte van de werkgever binnen 8 dagen volgend op het ongeval.

Beroepsziekten: Blootgesteld zijn geweest aan het risico. Het risico wordt verondersteld, indien de getroffene in sector werkt die vermeld staat op de officiële lijst vastgesteld bij Zakelijke verordening

Uitkeringen
Tijdelijke ongeschiktheid

Medische behandeling: Vrije keuze van arts en ziekenhuis, behalve – bij arbeidsongevallen – indien de werkgever over een erkende medische farmaceutische – of ziekenhuisdienst beschikt. De verzorging die door de werkgever wordt verleend, is kostenloos. Duur: onbeperkt.

Basisloon en hoogte van de uitkeringen:
• Volledige ongeschiktheid: dagvergoeding gelijk aan 90% van het jaarloon gedeeld door 365
• Gedeeltelijke ongeschiktheid: uitkering gelijk aan het verschil tussen het loon voorafgaande aan het ongeval (of aan het begin van de beroepsziekte) en het gedeeltelijke loon.
Het referentieloon voor de berekening is gelijk aan het effectieve jaarinkomen van het jaar voorafgaande aan het ongeval of aan de ongeschiktheid als gevolg van de beroepsziekte (maximum € 33.403,08).

Blijvende ongeschiktheid
Er is geen minimum percentage ongeschiktheid om aanspraak te kunnen maken op een uitkering

Vaststelling percentage ongeschikheid:
• arbeidsongevallen: akkoord tussen slachtoffer en verzekeringsinstelling (bemiddelaar is het Fonds voor de Arbeidsongevallen)
• beroepsziekten: bekrachtigingsprocedure door het Fonds voor de Beroepsziekten

Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage:
• arbeidsongevallen: gedurende 3 jaar vanaf het akkoord tussen partijen of rechterlijke uitspraak
• beroepsziekten: op enig moment, op verzoek van het slachtoffer

Basisloon voor de berekening van de lijfrente: Effectieve jaarinkomsten van het jaar voorafgaande aan het ongeval of aan de ongeschiktheid als gevolg van de beroepsziekte (maximum € 33.403,08).

Berekeningscriteria: R x a (R=referentieloon; a=arbeidsongeschiktheids-percentage).

Opslagen: Aanvullende uitkering van maximaal 12 keer het minimum gegarandeerde loon voor hulp van derden, naargelang de noodzaak, vanaf het begin van de uitkering bij ongeschiktheid tot de 91ste ziekenhuisopnamedag.

Afkoop: Het slachtoffer kan betaling van maximaal een derde van het kapitaal van de lijfrente verzoeken, wanneer de arbeidsongeschiktheid ten minste 16% bedraagt

Overlijden
Overlevende echtgeno(o)t(e): 30% van het loon van de overleden verzekerde. Het huwelijk na de verkrijging van de lijfrente is onbepalend. Afkoop mogelijk voor maximaal een derde van het kapitaal. Geen uitkering voor de samenwonende, niet zijnde echtgenoot.

Wezen:
• Halfwezen: elke wees R x 15% (tot een maximum van 45% voor de kinderen samen)
• Volle wezen: elke wees R x 20% (tot een maximum van 60% voor de kinderen samen)
De lijfrenten worden toegekend tot 18 jaar of zolang het kind recht op kinderbijslag heeft (levenslang voor wezen met een handicap).

Familieleden ten laste:
• Vader en moeder: R x 20% elk, mits geen begunstigde echtgenoten of kinderen; R x 15%, mits echtgenoot zonder begunstigde kinderen
• Broers, zussen, kleinkinderen: R x 15% elk, onder bepaalde voorwaarden (totaal 45%)

Uitkering bij overlijden: Begrafenisuitkering van 30 keer het gemiddelde dagloon. Vergoeding van de kosten voor de overbrenging van de overledene naar de plaats van de teraardebestelling.

Indexatie
Herziening van de lijfrenten die t.o.v. de categorieën ongeschiktheids-percentages, geen vaste hoogte hebben. Deze bij Zakelijke verordening bepaalde bedragen, worden geïndexeerd en eventueel elk jaar herzien.

Bijtelling
Toegestane arbeid: Mogelijk

Bijtelling bij andere pensioenen: Cumulatiebeperkingen bij ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, pensioenen of andere uitkeringen als gevolg van arbeidsongevallen of beroepsziekten.

Fiscale behandeling
Uitkeringen belastbaar mits t.b.v. een blijvende inkomstenderving; uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid minder dan 20% zijn derhalve niet belastbaar.